Ook vleermuizen houden van de zon!

27 april 2018

Vleermuizen zijn echte liefhebbers van de zon. Niet om zelf lekker in te zonnen, maar door de warmte die ze geeft. Vorige week zagen we dat met de warme start van het voorjaar, de omgeving lekker opwarmde en er dus volop insecten rond gingen vliegen. Een perfecte tijd voor vleermuizen om aan te sterken na hun maandenlange winterrust.

Genietend van een lekkere zonnige dag, zullen de meeste mensen niet gelijk aan vleermuizen denken. Deze nachtactieve dieren zijn juist ontzettend lichtschuw: licht vormt immers een risico voor predatie door uilen en zelfs katten. Toch zijn vleermuizen echte liefhebbers van de zon vanwege alle warmte die ze geeft. Overdag warmen onze muren en daken lekker op; ’s avonds geven ze deze warmte gedoseerd weer af. De warmte zorgt enerzijds voor minder energieverlies voor de vleermuizen en anderzijds voor veel voedsel in de lucht. In tegenstelling tot vleermuizen in de tropen, zijn de Europese vleermuizen voor 100 procent insecteneters. De 18 in Nederland voorkomende vleermuissoorten hebben allemaal een iets andere leefwijze, een zogenaamde niche, om zo min mogelijk met elkaar te concurreren. Dit heeft ook invloed op hoe ze jagen en dus de locatie en wijze waarop ze vliegen.

Gewone dwergvleermuis
Zo is een aantal soorten, waaronder de zeer algemeen voorkomende gewone dwergvleermuis, gespecialiseerd op muggen en andere kleine vliegende insecten. Gewone dwergvleermuizen jagen relatief snel en wendbaar in een grillige vlucht met veel bochten en lussen, en vliegen daarbij op enige afstand (één tot acht meter) langs de vegetatie. Ze vliegen op een hoogte van gemiddeld twee tot vijf meter, maar soms op wel 15 meter. Ze jagen het liefst in de beschutting van bomen in groene bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, tussen boomkruinen, boven open plekken in het bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), bij straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, singels, houtwallen en holle wegen. Waterpartijen en beschutte oevers zijn favoriet als jachtgebied.

Rosse vleermuis
Een andere soort, de rosse vleermuis, jaagt meer op grote kevers en nachtvlinders, maar ook wel op kleine, in zwermen vliegende dansmuggen. De vlucht van de rosse vleermuis doet enigszins denken aan die van de gierzwaluw: hoog en snel. Deze grote vleermuis met een spanwijdte van 32 tot 40 centimeter heeft dan ook lange en smalle vleugels. De afstand tussen dagrustplaats en jachtgebied wordt in de regel in een snelle rechte vlucht afgelegd, op een hoogte van honderd meter of meer. Jachtplaatsen liggen meestal in open terrein, waar ze met snelle duiken op insecten jagen. De rosse vleermuis jaagt vooral boven water en moerassige gebieden, maar ook wel bij straatverlichting.


Dwergvleermuis in vlucht (foto: Hugo Willocx)

Zelf vleermuizen zien?
Wil je zelf eens vleermuizen zien? Ga dan na een warme dag rond zonsondergang eens lekker buiten zitten of rond wandelen. Dit kan in je eigen tuin, straat, wijk, park of nabij water. Eigenlijk kan het overal zolang het maar een groen plekje is waar het lekker warm wordt, bijvoorbeeld door luwte van bomen en gebouwen.

Om te weten met welke soort je te maken hebt, als je 's zomers in de avond naar de hemel kijkt en er zo'n fladderaar voorbij vliegt, hebben wij een zoekkaart gemaakt.

Ben je helemaal verknocht geraakt aan vleermuizen? Je bent niet de enige! Verspreid door het land zijn er verschillende vleermuiswerkgroepen die lokaal, regionaal, provinciaal of zelfs landelijk opereren. Kijk voor meer informatie over deze werkgroepen op de website van de Zoogdiervereniging.

Voor meer informatie over de vleermuissoorten kun je goed terecht op de website van de Zoogdiervereniging werkgroep VLEN.

Auteur: Glenn Lelieveld, Zoogdiervereniging
Foto: Hugo Willocx